Rb. Den Haag 9 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2292
Anders dan eiser stelt betekent het neergeschut functioneren niet dat hij daarom als herplaatsingskandidaat moet worden aangemerkt. Eiser is namelijk niet neergeschut gaan functioneren vanwege boventalligheid als bedoeld in artikel 53c van het AMAR. Eiser is neergeschut gaan functioneren, omdat een vliegersfunctie onverenigbaar was met zijn nevenfunctie. Indien eiser het destijds niet eens was met de beslissing om hem te plaatsen op een andere functie had hij hiertegen kunnen ageren. Uit het vorenstaande volgt dat de omstandigheden dat hij een periode zwevend is geplaatst en daarna neergeschut heeft gefunctioneerd niet maken dat hij is aan te merken als herplaatsingskandidaat als bedoeld in het SBK. Daarnaast is ook niet anderszins gebleken dat verweerder een besluit heeft genomen om eiser als herplaatsingskandidaat aan te merken. Omdat eiser geen herplaatsingskandidaat is als bedoeld in het SBK heeft hij geen aanspraak kunnen maken op de voorziening ‘gegarandeerd maandelijks inkomen’ uit het SBK. Eiser komt daarom niet in aanmerking voor toepassing van de voorziening ‘gegarandeerd maandelijks inkomen’ uit het SBK. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl