Rb. Den Haag 7 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2148
Gelet op de verklaring van veroordeelde in raadkamer, zijn aantekeningen gemaakt ten tijde van de DNA-afname en de verklaring van de medewerker van de PI Alphen aan den Rijn, is de rechtbank van oordeel dat moet worden betwijfeld of veroordeelde inderdaad heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen DNA-afname door een ander dan een arts of verpleegkundige. Onder deze omstandigheden is onvoldoende gebleken dat voldaan is aan het vereiste van artikel 3 lid 3 Besluit DNA-onderzoek in strafzaken, dat afname door een ander dan een arts of verpleegkundige alleen toestaat ingeval de veroordeelde daartegen geen bezwaar maakt. Dit betekent dat er een formeel gebrek kleeft aan de afname van DNA-materiaal bij veroordeelde. De rechtbank zal het bezwaar van de veroordeelde in zoverre dan ook gegrond verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl