Rb. Den Haag 7 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2140
Verweerder heeft de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat hij Kroatië verantwoordelijk acht op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in afwachting van de beantwoording door het Hof van Justitie van de prejudiciële vragen die zijn gesteld door Vrhovno sodišče te Ljubljana, de hoogste rechter van Slovenië, bij uitspraak van 13 september 2016 (C-490/16), over de uitleg van het begrip ‘illegale inreis’ in artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening in de situatie van passage van migranten op de Balkanroute die werd georganiseerd door de overheid met het oog op doorreis, zoals aan de orde was toen verzoeker via de grens van Kroatië het grondgebied van de Europese Unie is ingereisd.
De uitspraak op rechtspraak.nl