Rb. Den Haag 7 maart 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:2130
Verweerder heeft een ontheffing ingevolge artikel 68, eerste lid, aanhef en onder c, van de Ffw, verleend. Deze ontheffing aan de faunabeheereenheid houdt in dat kolganzen en grauwe ganzen gedood mogen worden op percelen met kwetsbare gewassen in geheel Zuid-Holland (met uitzondering van een aantal gebieden). Bij het doden van kolganzen en grauwe ganzen kan op grond van het besluit gebruik worden gemaakt van geweren (een half uur voor zonsopkomst tot zonsondergang), honden (niet zijnde lange honden) en lokvogels (niet zijnde blind of verminkt). De rechtbank overweegt – onder verwijzing naar de uitspraak van de meervoudige kamer van rechtbank Noord-Holland van 29 april 2016 (ECLI:NL:RBNHO:2016:4560) en de uitspraak van de Afdeling van 4 januari 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BV0107) - dat de Vogelrichtlijn (Richtlijn 2009/147/EG) geen ruimte biedt om ontheffing te verlenen anders dan voor bij wettelijk voorschrift vastgelegde middelen of voorschriften omtrent tijd en plaats waarop deze middelen kunnen worden gebruikt. Gelet daarop was er tot 1 januari 2017 geen grondslag om ontheffing te verlenen voor het gebruik van het geweer gedurende een half uur voor zonsopgang. Het beroep is daarom in zoverre gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl