Rb. Den Haag 11 december 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:15056
Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij vanwege haar geaardheid als transgender problemen in Cuba heeft ondervonden. Zo is eiseres herhaaldelijk beboet vanwege het dragen van vrouwenkleding, door medeburgers met stenen bekogeld op straat, geslagen door een politieagent, een jaar gedetineerd geweest waarbij zij door een medegevangene is verkracht en door de bewakers is mishandeld toen zij om hulp riep, herhaaldelijk lastig gevallen en bedreigd door de wijkagent, bij een aanhouding drie dagen vastgehouden waarbij haar hoofd is kaalgeknipt door de politie en kort voor vertrek mondeling opgeroepen door de wijkagent om zich binnen veertien dagen te melden in verband met de Ley de Peligrosidad. Na haar vertrek zijn twee schriftelijke oproepen op het adres van eiseres bezorgd. Verweerder heeft niet deugdelijk gemotiveerd waarom het geloofwaardig geachte asielrelaas van eiseres onvoldoende zwaarwegend is voor verlening van een asielvergunning. Verweerder heeft ten onrechte niet (kenbaar) betrokken dat eiseres uit vrees voor vervolging niet zonder terughoudendheid kan leven naar haar geaardheid. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiseres ondanks haar problemen met de Cubaanse autoriteiten, onder andere de wijkagent die haar stelselmatig lastig viel vanwege haar geaardheid, bescherming van de (hogere) autoriteiten had kunnen inroepen, nu eiseres zich ook reeds tot belangenorganisatie CENESEX had gewend maar blijkens een verklaring van een ex-medewerker is weggestuurd vanwege haar anticommunistische familieachtergrond. Verweerder heeft tevens onvoldoende gemotiveerd waarom de geloofwaardig geachte problemen geen vormen van discriminatie zijn die leiden tot een onhoudbare situatie. De twee oproepen die op het adres van eiseres na haar vertrek zijn bezorgd, heeft verweerder tot slot niet op de juiste wijze betrokken bij de beoordeling. Dat uit de vertaling van de oproepen niet is gebleken wat de reden van de oproepen is zodat onderzoek hiernaar niet kan leiden tot de conclusie dat eiseres vanwege haar geaardheid in de negatieve belangstelling staat, is onvoldoende, gelet op de geloofwaardig geachte problemen met de wijkagent de laatste maanden voor haar vertrek en nu er ook geen concrete aanwijzing is dat eiseres om een andere reden zou zijn opgeroepen. De toepassing van de grensprocedure heeft niet onredelijk lang voortgeduurd, nu pas na het nader gehoor kan worden beoordeeld of een asielaanvraag niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, en verweerder de toepassing van de grensprocedure op 5 oktober 2017, na het nader gehoor van 3 oktober 2017, heeft beëindigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Bij de proceskostenveroordeling heeft de rechtbank € 43,89 toegekend voor de door eiseres ingeschakelde tolk op grond van artikel 1, aanhef en onder b, gelezen in samenhang met artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bbp, naar het tarief vastgesteld op grond van artikel 4, eerste lid, van het Besluit tarieven in strafzaken.
De uitspraak op rechtspraak.nl