Rb. Den Haag 16 november 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:14024
4:6 Awb en Dublinverordening, overdracht Italië, gegrond De rechtbank volgt niet dat er in het kader van de eerdere aanvraag een inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden conform de Dublinverordening en dat het zou gaan om een inhoudelijke, definitieve beoordeling van de aanvraag. Dit gelet op het doel, systeem en de inhoud van de Dublinverordening en het bepaalde in artikel 4:6 Awb. Ten aanzien van toepassing van artikel 4:6 Awb geldt namelijk dat sprake moet zijn van een eerder inhoudelijk beoordeelde aanvraag. Op geen enkel moment gedurende de Nederlandse Dublinprocedure wordt de in Nederland ingediende asielaanvraag inhoudelijk behandeld en beoordeeld. De Dublinverordening en de hiermee samenhangende procedure dienen (enkel) als instrumenten ter vaststelling van de voor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag verantwoordelijke lidstaat. In artikel 30 Vw is dan ook terecht opgenomen dat de aanvraag (hier in Nederland) niet in behandeling wordt genomen. Dat de wetgever met de wijziging van artikel 30 Vw (van ‘afwijzen’ naar ‘niet in behandeling nemen’ van een aanvraag) geen inhoudelijke wijziging heeft beoogd en dat in de kamerstukken expliciet de mogelijkheid wordt erkend een herhaalde aanvraag in Dublinzaken af te wijzen met toepassing van artikel 4:6 Awb, is naar het oordeel van de rechtbank in dit kader niet doorslaggevend. Immers, een en ander laat onverlet dat de tekst is gewijzigd en dat de huidige redactie strookt met het doel, systeem en de inhoud van de Dublinverordening, welke prevaleert boven en rechtstreeks doorwerkt in de nationale rechtsorde. De rechtbank merkt hierbij op dat de Dublinverordening geen met artikel 4:6 Awb vergelijkbare, vereenvoudigde, afdoeningswijze van herhaalde Dublinaanvragen kent. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit op een onjuiste grondslag berust. De rechtsgevolgen kunnen niet in stand blijven vanwege motiveringsgebreken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 23 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2857
- Rb. Rotterdam 24 juli 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:5714
- Rb. Den Haag 18 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:8116
- Rb. Den Haag 13 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7768
- ABRvS 24 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1526
- ABRvS 14 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV8790
- CRvB 22 april 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI1885