Rb. Den Haag 28 september 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:13976

EU-onderdaan, werknemerschap, dienstenontvanger, bewijslast Vreemdelingenbesluit 2000: 8.12, 8.7; Richtlijn 2004/38: 7, 27, 28 Samenvatting: Verweerder heeft in het bestreden besluit vastgesteld dat eiseres en haar dochter nooit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan in Nederland hebben gehad. Eiseres bestrijdt dit en legt hiertoe salarisstroken over de periode 2008-2009 over, maar uit de inhoud daarvan blijkt niet dat het gaat om reële, daadwerkelijke arbeid die voldoende bestaansmiddelen oplevert. Bewijsproblemen komen voor risico van eiseres, nu zij verweerder eerder om toetsing aan het gemeenschapsrecht had kunnen verzoeken. De dochter van eiseres volgt bijzonder onderwijs en logopedie, maar kan niet worden aangemerkt als dienstenontvanger omdat eiseres niet beschikt over voldoende middelen van bestaan. Verweerder heeft bij het nemen van het bestreden besluit geen belangenafweging te hoeven maken, nu het bestreden besluit geen verblijfsbeëindiging of verwijdering betreft, maar een vaststelling dat er nooit sprake is geweest van rechtmatig verblijf. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken