Rb. Den Haag 17 november 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:13299

14 jaar gevangenisstraf voor moord op Miriam Sharon De rechtbank in Den Haag heeft een 53-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaar wegens de moord op Miriam Sharon. Zij werd in 1990 in haar woning aan de Regentesselaan in Den Haag met een mes om het leven gebracht. Het betreft een bijzondere strafzaak, omdat het gaat een zogenaamd ‘coldcase’ onderzoek van de Haagse politie. De verdachte was in 1990 al in beeld gekomen, maar toen was er onvoldoende bewijs om tot vervolging over te gaan. Nieuwe DNA-technieken hebben daar verandering in gebracht. Hoewel delen van het originele dossier uit 1990 en ook sommige fysieke sporendragers nu niet meer aanwezig waren, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte wel degelijk een eerlijk proces heeft gehad. Het bewijs tegen de verdachte bestaat vooral uit zijn DNA-materiaal dat is aangetroffen in de woning van het slachtoffer, de verklaringen van het toen 7-jarige dochtertje van het slachtoffer die toen in de woning aanwezig was en afgeluisterde gesprekken van de verdachte toen hij het afgelopen jaar in voorarrest zat. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat het de verdachte moet zijn geweest die het slachtoffer om het leven heeft gebracht. De omstandigheden waaronder dat is gebeurd wijzen sterk op een vooropgezet plan. De verdachte heeft zijn slachtoffer op gruwelijke wijze vermoord, terwijl haar dochtertje in de kamer er naast verbleef. Zij had haar moeder dood kunnen aantreffen. Ook heeft hij de nabestaanden vele jaren lang in onzekerheid gelaten. Tot op heden is niet duidelijk waarom hij Miriam heeft vermoord. Omdat het echter een zaak is uit 1990 en in die tijd voor moord lagere straffen werden opgelegd, legt de rechtbank 14 jaar op in plaats van de 16 jaar die het openbaar ministerie heeft gevorderd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken