Rb. Den Haag 5 oktober 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11362
Voorlopig getuigenverhoor. Verzoek afwijzen. Het verzoek strekt er in hoofdzaak toe duidelijkheid te verkrijgen over de wijze waarop de aanhouding heeft plaatsgevonden. Verzoekschrift is echter alleen gericht tegen de Staat en niet tegen de politie. De door verzoekers gestelde verwijten aan het adres van de politie dienen daarom buiten beschouwing te blijven. Verzoek dient alleen beoordeeld te worden voor zover het betrekking heeft op een eventuele aansprakelijkstelling van de Staat. Verzoekers willen als nabestaanden aantonen dat de Rijksrecherche mogelijkerwijs steken heeft laten vallen in het op de aanhouding gevolgde opsporingsonderzoek. De door de Rijksrecherche bij een strafrechtelijk onderzoek in acht te nemen normen zijn echter niet geschreven ter bescherming van vermogensrechtelijke belangen van nabestaanden. Niet valt in te zien dat een mogelijk gebrekkig onderzoek door de Rijksrecherche zou kunnen leiden tot een civiele vordering van verzoekers als nabestaanden op de Staat.
De uitspraak op rechtspraak.nl