Rb. Den Haag 26 september 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10990

Gelegerde militair maakt bezwaar tegen het niet in aanmerking komen voor vrijstelling van de bijdrage voor huisvestingskosten en voedingskosten op grond van artikel 12, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling huisvesting en voeding militairen (RHVM). De rechtbank stelt vast dat betrokkene, nu hem legering is toegestaan, aan alle vereisten voldoet, die in artikel 12, eerste lid, aanhef en onder b, van het RHVM worden gesteld om in aanmerking te komen voor vrijstelling van kosten van huisvesting en voeding. Immers betrokkene is een militair die niet dagelijks reist tussen zijn woning en de plaats van tewerkstelling en hij heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, van het Verplaatsingskostenbesluit Defensie (VKBD), daarbij in aanmerking genomen dat het in laatstgenoemde bepaling opgenomen vereiste van het voeren van een eigen huishouding onverbindend is. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken