Rb. Den Haag 10 augustus 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9530

Kosovo / veilig land van herkomst / concept EU-lijst en nationale lijst van veilige landen van herkomst / motivering / conclusie A-G Widdershoven / toewijzing voorlopige voorziening Betrokkene is van mening dat Kosovo ten onrechte op de lijst van veilige landen van herkomst is geplaatst. Volgens hem kan dit land gelet op de landeninformatie in zijn algemeenheid niet als veilig land van herkomst gelden. Dat zes landen Kosovo als veilig aanmerken is onvoldoende om Kosovo als zodanig aan te merken, aldus betrokkene. De basisnorm voor de aanmerking als veilig land van herkomst is dat in een land ‘algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging, van foltering of onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing’ (artikel 3.37f lid 1 Voorschrift Vreemdelingen). De voorzieningenrechter acht de conclusie van Staatsraad Advocaat-Generaal Widdershoven van 20 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2040) over het begrip ‘veilig land’ ook van betekenis voor de zaak van betrokkene. Hij concludeert onder meer dat de staatssecretaris in alle gevallen een eigen verantwoordelijkheid heeft om na zorgvuldig onderzoek op basis van in elk geval de in artikel 3.105ba, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit voorgeschreven bronnen een kenbaar en deugdelijk gemotiveerd oordeel te geven over de vraag of een land gelet ook op de daadwerkelijk naleving van de mensenrechten aan de basisnorm voldoet. Indirect ‘bewijs’, zoals bijvoorbeeld de omstandigheid dat andere lidstaten een land als veilig aanmerken, kan daarbij een rol spelen, mits dat zelf aan de zorgvuldigheids- en motiveringseisen voldoet. De bewijslast voor de aanmerking van een land als ‘veilig land van herkomst’ ligt volledig bij de staatssecretaris. Volgens Widdershoven kan de staatssecretaris naar de concept EU-lijst verwijzen, maar is de betekenis hiervan bijzonder beperkt. Als de staatssecretaris naar die lijst verwijst, maakt hij de door de Europese Commissie gemaakte afweging tot de zijne. De staatssecretaris blijft evenwel zelf verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de aanmerking van veilige landen van herkomst op de nationale lijst. Dat de Europese Commissie, na onderzoek en gemotiveerd, een concept-lijst heeft opgesteld, betekent geenszins dat die motivering en dat onderzoek aan de eisen in de Procedurerichtlijn voldoet. In de nationale procedure zal de nationale rechter moeten beoordelen of die motivering en dat onderzoek aan die eisen voldoet. Het feit dat de Europese Commissie een land na onderzoek heeft aangemerkt als veilig, legt daarbij geen bijzonder gewicht in de schaal, aldus Widdershoven (zie punt 5.14 van de conclusie). Het beroepschrift heeft een redelijke kans van slagen. Gelet op de conclusie van Widdershoven valt niet uit te sluiten dat het onderzoek en de motivering die de staatssecretaris ten grondslag heeft gelegd aan de plaatsing van Kosovo op de nationale lijst van veilige landen van herkomst, niet voldoen aan de daaraan te stellen eisen. Voor een oordeel ten gronde hierover is mede van belang hoe de Afdeling uiteindelijk zal oordelen in de zaken waarin zij Widdershoven heeft gevraagd een conclusie te nemen. Het onderzoek in de beroepszaak zal derhalve eerst worden hervat zodra de Afdeling in die zaken uitspraak heeft gedaan. Toewijzing voorlopige voorziening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken