Rb. Den Haag 3 augustus 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:9108

"De rechtbank is van oordeel dat uit het vorenstaande volgt dat eiser Hezbollah direct heeft gefaciliteerd in haar streven de burgerbevolking in te zetten als menselijk schild met als doel de bunkers te beschermen tegen mogelijke aanvallen van Israël. Eiser wist dat bepaalde bunkers voor een militair doel gebruikt zouden worden en mogelijk bloot konden staan aan aanvallen van Israël en heeft desondanks meegewerkt aan de bouw van deze bunkers in dichtbevolkte gebieden. Vervolgens heeft eiser de locatie van deze bunkers doorgegeven aan Israël. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat eiser bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat burgers gewond en gedood zouden kunnen worden bij aanvallen op de (mede) door eiser gebouwde bunkers in dichtbevolkte gebieden. Zoals verweerder ook terecht in het bestreden besluit heeft overwogen blijkt uit bestendige jurisprudentie van de Afdeling (zie ook rechtsoverweging 2.4.4. van haar uitspraak van 2 augustus 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ7417) dat een gedraging waarbij iemand een ander in een positie brengt waarin deze een aanmerkelijke kans loopt op mensenrechtenschendingen als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag voldoende is".

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken