Rb. Den Haag 15 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8877
Beslistermijn, WBV2016/3, aanvragen ingediend vóór 11-2-2016, BNT De rechtbank overweegt dat in WBV 2016/3 melding wordt gemaakt van het besluit van verweerder om met ingang van 11 februari 2016 gebruik te maken van zijn uit artikel 42, vierde lid, van de Vw 2000 voortvloeiende bevoegdheid om de beslistermijn te verlengen. Uit de toelichting op dit besluit volgt dat dit (in ieder geval) betrekking heeft op aanvragen die vanaf 11 februari 2016 zijn ingediend. Dat het besluit ook betrekking heeft op aanvragen die zijn ingediend vóór 11 februari 2016, zoals verweerder in het verweerschrift en ter zitting heeft betoogd, volgt de rechtbank niet. In de toelichting staat immers dat voor reeds ingediende aanvragen de termijn van zes maanden als richtsnoer wordt aangehouden maar dat dit niet wegneemt dat indien er ondanks alle inspanningen niet beslist kan worden binnen zes maanden, de termijn van deze zaken tevens op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 zal worden verlengd. Dat impliceert naar het oordeel van de rechtbank dat de beslistermijn van deze categorie zaken niet met het besluit is verlengd en dat verweerder voor aanvragen van voor 11 februari 2016 aan de bevoegdheid tot verlenging invulling geeft door op individueel niveau te beoordelen of de termijn moet worden verlengd. Uit artikel 3.120 van het Vb 2000 volgt dan dat de aanvrager over die verlenging schriftelijk wordt geïnformeerd. Steun voor haar oordeel vindt de rechtbank in de handelwijze van verweerder in een aantal zaken, ook die van eiseres, die eruit bestaat dat de aanvrager schriftelijk wordt geïnformeerd over de verlenging van de beslistermijn met negen maanden. Verweerder heeft ter zitting gesteld dat individuele beoordeling en individuele kennisgeving nadrukkelijk niet is beoogd. Daargelaten dat dit door verweerder niet nader is onderbouwd, volgt uit de tekst die in de WBV is opgenomen en uit de handelwijze van verweerder iets anders. De rechtbank concludeert dat de beslistermijn die ten aanzien van de door eiseres ingediende aanvraag gold niet middels WBV 2016/3 is verlengd.
De uitspraak op rechtspraak.nl