Rb. Den Haag 17 juni 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8321
Bewaring, vervolgberoep artikel 6a, van de Vw 2000, overdrachtstermijn artikel 28 van de Dublinverordening verstreken, instellen beroep/vovo geen opschortende werking zoals bedoeld in artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening, beroep gegrond. Niet in geschil is dat sinds 28 april 2016 de verantwoordelijkheid van Italië voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres vaststaat. De uiterlijke overdrachtstermijn van zes weken eindigde in dit geval op 9 juni 2016. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van opschortende werking van de overdracht zoals bedoeld in artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening. Het feit dat in de afwijzende asielbeschikking van 28 april 2016 is opgenomen dat eiseres het verzoek om voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten, betekent niet dat daardoor de rechtsgevolgen van het besluit worden opgeschort. Het standpunt van verweerder dat de overdrachtstermijn is opgeschort door indiening van het beroep en de voorlopige voorziening tegen de afwijzende asielbeschikking berust niet op een wettelijke grondslag. Bovendien is in de beschikking van 28 april 2016 expliciet opgenomen dat het indienen van een beroepschrift tegen deze beschikking niet tot gevolg heeft dat de rechtsgevolgen van het besluit worden opgeschort.
De uitspraak op rechtspraak.nl