Rb. Den Haag 15 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:8098
Oezbekistan, discriminatie etnisch Russen, uitreis zonder uitreisvisum Uit het deelambtsbericht van Oezbekistan d.d. 9 juli 2002 en het rapport van de United States Department of State: 2015 Country Reports on Human rights practices-Uzbekistan d.d. 13 april 2016 volgt, dat het voor etnische Russen niet onmogelijk is om werk te vinden in Oezbekistan. Dit laatste volgt ook uit de eigen verklaringen van eiser zelf. Eiser heeft vanaf 1991 tot aan zijn vertrek in 2009 aan het maatschappelijk verkeer in Oezbekistan deelgenomen, ook al heeft hij daarbij problemen ondervonden in verband met zijn etniciteit. Niet in geschil is dat eiser zonder uitreisvisum Oezbekistan via Rusland naar Nederland heeft verlaten. Dat is strafbaar gesteld bij artikel 223 van het Oezbeekse Wetboek van Strafrecht. Nu verweerder ter zitting geen duidelijkheid heeft kunnen verschaffen waarom in het geval van eiser sprake zou zijn van een legale uitreis acht de rechtbank het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. Daarbij is van belang dat bepaald niet is uitgesloten dat eisers bij het passeren van de grens vanwege het Schengenvisum in zijn paspoort in de negatieve belangstelling van de Oezbeekse autoriteiten zal raken. Uit dit visum kunnen de Oezbeekse autoriteiten afleiden dat eiser Rusland heeft verlaten, terwijl bovendien bekend zal zijn dat dit zonder toestemming van de Oezbeekse autoriteiten is gebeurd. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat onder meer uit het artikel van de Refugee Documentation Centre van oktober 2015 (ecoi.net) blijkt dat vele terugkerende asielzoekers in Oezbekistan worden opgepakt, mishandeld en langdurige gevangenisstraffen krijgen opgelegd en dat de detentieomstandigheden in Oezbekistan slecht zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl