Rb. Den Haag 26 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:6785
WWZ. Verzoek ex artikel 7:673 BW aanvankelijk gericht tegen verkeerde vennootschap. Wijziging van het verzoek. Beroep op de vervaltermijn van drie maanden als bedoeld in artikel 7:686a lid 4 sub b BW slaagt niet. Door verwevenheid van de betrokken vennootschappen was de uiteindelijke verweerder al sinds de indiening van het oorspronkelijke verzoekschrift op de hoogte van het verzoek en is zij door de verkeerde tenaamstelling in het oorspronkelijke verzoekschrift niet in haar mogelijkheden om verweer te voeren geschaad. De door verweerder verrekende kosten kwalificeren niet als kosten in de zin van artikel 4 van het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding, zodat zij deze kosten niet op grond van het bepaalde in artikel 7:673 lid 6 BW op de uit te keren transitievergoeding in mindering mocht brengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl