Rb. Den Haag 28 april 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:6718
Dexia vordert verklaring voor recht dat zij uit hoofde van leaseovereenkomsten niets meer aan gedaagde verschuldigd is. Het verweer dat Dexia geen belang heeft bij deze vordering wordt verworpen. De door gedaagde gestelde advisering door Spaar Select en zijn beroep op artikel 41 NR leidt niet tot een andere verdeling van de vergoedingsplicht wegens eigen schuld dan die uit de standaard effectenleasejurisprudentie van de Hoge Raad en het hofmodel voortvloeit. De verweren van gedaagde inzake aankoop en behoud aandelen, beurskoersen en beleggingstechnische tekortkomingen, worden gepasseerd. De verklaring voor recht wordt toegewezen. De vordering van Dexia tot terugbetaling van onverschuldigde betaling overgenomen aandelen, wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:76 BW6
- Artikel 6:203 BW6
- Artikel 3:13 BW3
- Artikel 3:303 BW3
- Artikel 7 Wte
- Artikel 10 Wte
- Artikel 21 Wte
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
Aangehaalde uitspraken
- Hof Amsterdam 9 december 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:5188
- Hof Amsterdam 29 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1523
- Hof Amsterdam 1 april 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1135
- HR 6 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA1725
- HR 29 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4003
- Hof Amsterdam 1 december 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4978
- Hof Amsterdam 1 december 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4981
- Hof Amsterdam 1 december 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4982
- Hof Amsterdam 1 december 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4983
- HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815
- HR 28 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2837