Rb. Den Haag 18 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:629
asiel, art. 83a Vw, nieuw asielmotief, homoseksualiteit, bestuurlijke lus De rechtbank stelt vast dat het volledig en ex nunc onderzoek naar alle feitelijke en juridische gronden als bedoeld in artikel 83a Vw tevens omvat het onderzoek naar de behoefte aan internationale bescherming in de zin van de richtlijn 2011/95/EU (de Definitierichtlijn). Daaronder valt naar het oordeel van de rechtbank eisers verklaring in beroep dat hij wegens zijn homoseksualiteit vreest voor terugkeer naar Nigeria. Het standpunt van verweerder, dat nu dit een nieuw asielmotief betreft dit beter kan worden beoordeeld bij een nieuw in te dienen asielaanvraag waartegen ook een effectief rechtsmiddel openstaat, maakt dan ook nog niet dat de rechtbank voorbij kan gaan aan de in artikel 83a Vw neergelegde verplichting tot volledig en ex nunc onderzoek. De rechtbank acht in dat kader ook van belang dat, naast de verplichting voor de rechter om in asielzaken ex nunc te toetsen op grond van artikel 83 Vw, er thans door de wetgever voor is gekozen om aanvullend op deze bepaling de verplichting zoals weergegeven in artikel 46, derde lid, van de herziene Procedurerichtlijn te implementeren in artikel 83a Vw. De rechtbank ziet niet in waarom deze verplichting tot volledig en ex nunc onderzoek niet zou gelden voor nieuwe asielmotieven die in beroep zijn aangevoerd. Dat uit de Memorie van Toelichting bij artikel 83a Vw volgt dat verruiming van de rechterlijke toets naar volledig nieuwe asielmotieven op praktische grenzen zou stuiten en niet het beoogde doel bereikt, acht de rechtbank in dit verband niet doorslaggevend. De rechtbank is van oordeel dat, zoals ook ter zitting door eiser is bepleit, niet valt uit te sluiten dat het indienen van een nieuwe asielaanvraag voor de vreemdeling tot fundamentelere bezwaren kan leiden, zoals beperkte financiële rechtsbijstand en de omstandigheid dat het beroep na een tweede asielaanvraag geen schorsende werking heeft en men in de regel een tweede verzoek om een voorlopige voorziening niet mag afwachten. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank als toetsende rechter evenwel een standpunt van verweerder omtrent (de geloofwaardigheid van) het nieuwe asielmotief een vereiste om tot een volledig en ex nunc onderzoek te kunnen komen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het volledig en ex nunc onderzoek in de zin van artikel 83a Vw ertoe noopt dat aan artikel 83 Vw een andere invulling wordt gegeven dan voorheen het geval was, namelijk dat verweerder gehouden is een standpunt in te nemen over het nieuwe asielmotief zoals gesteld door eiser. Nu verweerder in geval van eiser in strijd met artikel 83 Vw geen aanleiding heeft gezien een standpunt dienaangaande in te nemen, treft de grond van eiser doel. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:51a Awb in de gelegenheid te stellen een nadere motivering te verstrekken, nu nader onderzoek door verweerder nodig is. Verweerder dient eiser over zijn nieuwe asielmotief te horen.
De uitspraak op rechtspraak.nl