Rb. Den Haag 29 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:3570
Eiser is voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Aan deze voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) zijn bijzondere voorwaarden verbonden. Bij ieder van deze voorwaarden is bepaald dat deze iedere drie maanden worden geëvalueerd. De Staat verlangt van eiser dat hij aanwezig is bij deze evaluaties. Eiser stelt daartoe niet verplicht te zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Staat niet onrechtmatig jegens eiser handelt door van hem te verlangen dat hij bij de evaluaties aanwezig is. De evaluaties maken onderdeel uit van de bijzondere voorwaarden en zijn onder meer bedoeld om te kunnen beoordelen of de bijzondere voorwaarden moeten worden aangevuld, gewijzigd of opgeheven. Het Openbaar Ministerie mag een dergelijke voorwaarde stellen om de doelstellingen van de v.i te bewerkstelligen. Er is ook geen sprake van een ongeoorloofde beperking van het recht op bewegingsvrijheid. Dat eiser niet in aanmerking komt voor gefinancierde rechtshulp voor rechtsbijstand tijdens de evaluatiegesprekken is onwenselijk, maar dit vormt onvoldoende aanleiding om te bepalen dat eiser deze gesprekken niet hoeft bij te wonen.
De uitspraak op rechtspraak.nl