Rb. Den Haag 7 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:15776

De rechtbank stelt vast dat de grieven in het bezwaarschrift zich enkel richten tegen de wijze waarop de bedrijfsopvolgingsfaciliteit door verweerder is toegepast. Tevens stelt de rechtbank vast dat de toepassing door verweerder van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij het vaststellen van de (primitieve) aanslag, geen wijziging heeft ondergaan bij de vaststelling van de navorderingsaanslag, en de berekening van de belastbare schenking zoals vastgesteld bij (primitieve) aanslag ook overigens niet is gewijzigd bij de navordering. De belastbare grondslag zoals vastgesteld bij de (primitieve) aanslag is, naar verweerder terecht heeft gesteld, enkel in de navorderingsaanslag begrepen vanwege de progressie van het tarief (artikel 28 Successiewet 1956). Tegen die tariefstelling als zodanig zijn door eiser geen bezwaren ingebracht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen