Rb. Den Haag 16 november 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:14704

Omvang geschil bij beroep artikel 6a Vw / indienen stukken digitaal dossier / toegangsweigering is geen grondslag voor toepassing van de maatregel van artikel 6a Vw De voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel bij het besluit waarbij de asielaanvraag van eiser niet in behandeling is genomen, is gebaseerd op dezelfde wettelijke grondslag, namelijk artikel 6a Vw, als het besluit tot oplegging van de maatregel. Het beroep van eiser heeft daarom mede betrekking op de voortzetting van de maatregel. Er is derhalve geen sprake van een nieuwe maatregel, waartegen eiser apart beroep moet instellen, als bedoeld in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 13 juli 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2005). Het beroep van eiser heeft niet mede betrekking heeft op het besluit waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling is genomen en dat verweerder op grond van artikel 3, zesde lid, Vw tevens heeft aangemerkt als weigering van de toegang tot Nederland. De rechtbank is van oordeel dat hetgeen de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 14 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2675) van overeenkomstige toepassing is op de situatie van voortzetting van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6a Vw en een besluit tot het niet in behandeling nemen van een asielaanvraag op grond van artikel 30, eerste lid, Vw. Ook in de situatie als hier aan de orde is daarom geen plaats voor gelijktijdige behandeling van het beroep tegen een vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw en het besluit tot toegangsweigering. Er is geen grond om het door verweerder overgelegde en ondertekende exemplaar van het besluit buiten de beoordeling te laten, om de enkele reden dat verweerder dat stuk per fax in het geding heeft gebracht, en niet heeft geüpload in het digitale dossier. Het gebruik van de mogelijkheid om digitaal te procederen is tot inwerkingtreding van de wet Vereenvoudiging en Digitalisering Procesrecht facultatief. De wettelijke basis voor het elektronisch instellen van beroep en voeren van de procedure is, tot aan de inwerkingtreding van de wet Vereenvoudiging en Digitalisering Procesrecht, artikel 8:40a Awb, waarin Afdeling 2.3 Awb van overeenkomstige toepassing is verklaard. Uit artikel 2:15, gelezen in samenhang met artikel 8:40a Awb, volgt niet dat een stuk uitsluitend elektronisch aan de rechtbank kan worden toegezonden, nu de rechtbank kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. Hoewel het uiteraard wel de voorkeur heeft stukken digitaal in te dienen indien gebruik gemaakt wordt van het digitale dossier, verbiedt thans geen rechtsregel dat stukken ook op andere wijze, zoals per fax, in het geding worden gebracht. Uit de Memorie van Toelichting behorende bij het wetsvoorstel tot wijziging van de Vw en de Awb ter uitvoering van de Dublinverordening blijkt dat de wetgever niet heeft beoogd de toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6a Vw uitsluitend mogelijk te maken indien reeds sprake is van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw. De wetgever heeft verondersteld dat in de praktijk vaak eerst enige tijd na de toegangsweigering duidelijk zal worden dat een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht op grond van de Dublinverordening, en dat daardoor voorafgaand aan het opleggen van de maatregel op grond van artikel 6a Vw sprake zal zijn van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw. Dat neemt niet weg dat, indien wel reeds op het moment van toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel dat concrete aanknopingspunt bestaat, artikel 28 van de Dublinverordening van toepassing is en verweerder reeds op dat moment, mede gelet op het bepaalde in artikel 5.1a, vijfde lid, Vb, de maatregel op de grondslag van artikel 6a Vw kan opleggen. Van voortzetting van de maatregel, als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw is dan geen sprake. Artikel 28 van de Dublinverordening noch artikel 6a Vw, gelezen in samenhang met artikel 5.1a, vijfde lid, Vb, stelt als voorwaarde voor toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel, dat sprake moet zijn van een toegangsweigering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken