Rb. Den Haag 18 augustus 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:14102
Gezien het systeem van controle en registratie in Eurodac mag er in beginsel van uit worden gegaan dat eiser in Duitsland een verzoek om internationale bescherming heeft gedaan. Aan de registratie in Eurodac kan geen absolute bewijswaarde worden gehecht. Het ligt echter wel op de weg van de vreemdeling om het tegendeel van die Eurodac-registratie te bewijzen. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiser hierin niet is geslaagd. Uit de door eiser overgelegde brief van 4 juli 2016 van het BAMF, blijkt weliswaar dat de Duitse autoriteiten iedere vreemdeling die Duitsland binnenkomt, ook zonder dat die vreemdeling een verzoek om internationale bescherming heeft gedaan, wordt geregistreerd onder de kenletter “1” (asielzoeker). Hieruit blijkt echter niet zonder meer dat de registratie van eiser in het Eurodac-systeem als asielzoeker, onjuist is geweest. In dat kader acht de rechtbank van belang de toelichting van verweerder ter zitting dat de Duitse autoriteiten hun onzorgvuldige registraties hebben onderkend en veel claimverzoeken hebben afgewezen waar het gaat om vreemdelingen die geen asiel hebben gevraagd in Duitsland. Het claimverzoek ten behoeve van eiser is echter niet afgewezen, maar expliciet ingewilligd, terwijl door verweerder in het claimverzoek uitdrukkelijk is aangegeven dat eiser betwist dat hij aldaar een asielverzoek heeft gedaan. Voorts is de rechtbank met verweerder van oordeel dat de verklaringen van eiser ter zitting over de gang van zaken in Duitsland, als onaannemelijk dienen te worden aangemerkt. Zo is het onaannemelijk dat aan eiser na aankomst in Duitsland en gedurende zijn gehele verblijf aldaar (ongeveer twee maanden), nimmer vragen zijn gesteld door de Duitse autoriteiten (bijvoorbeeld over waarom hij naar Duitsland is gereisd), dat hij zonder dat hij om internationale bescherming heeft verzocht dan wel heeft aangegeven daarom te willen verzoeken, een uitnodiging heeft ontvangen om een asielaanvraag in te dienen (Büma) en daarnaast opvang en andere voorzieningen heeft ontvangen. Het voorgaande, in het licht bezien van de Eurodac-registratie van eiser, maken dat verweerder er in dit specifieke geval terecht van is uitgegaan dat eiser, al dan niet mondeling, om internationale bescherming heeft verzocht in Duitsland. Een dergelijk verzoek kan in Duitsland, net als in Nederland, ook mondeling worden gedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl