Rb. Den Haag 25 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:13680

Verdachte heeft zich als feitelijk leidinggevende gedurende een periode van ruim drie jaar schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van belastingfraude en het plegen van valsheid in geschrift. Verdachte heeft ten onrechte het anoniementarief niet laten toepassen in de aangiften loonheffing. Door verdachtes handelen heeft verdachte ook personen die niet onder hun eigen naam wensten te werken, gefaciliteerd om als uitzendkracht te werken. Het benadelingsbedrag kan globaal worden geschat op ruim € 130.000,-. Verdachte is in 2009 en 2011 veroordeeld voor dezelfde soort feiten die voorafgingen aan de nu bewezen verklaarde periode. (Artikel 63 Strafrecht.) Onvoorwaardelijke werkstraf van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen