Rb. Den Haag 9 november 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:13380

Onrechtmatige overheidsdaad. Vorderingen gegrond op de inhoud van het proefschrift van dr. mr. F.M.J. Jansen getiteld “Nietigheid in het burgerlijk procesrecht” uit 1955 ten aanzien van groot aantal gestelde nietigheden in een rechtsgang bij de voorzieningenrechter en hoger beroep. De rechtbank stelt vast dat de in dit proefschrift uiteengezette leer van de processuele nietigheden geen geldend recht vormt, zeker niet als toepassing van deze leer tot het beoogde gevolg zou hebben dat in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissingen en daarop geënte executiehandelingen achteraf nietig zouden blijken te zijn, terwijl niet van enig (onevenredig) nadeel sprake is. Beoordeling naar het geldend recht, waarvan onderdeel is het gesloten stelsel van rechtsmiddelen dat in beginsel eraan in de weg staat dat de juistheid van een onherroepelijke rechterlijke beslissing of de aanvaardbaarheid van de procesgang die tot die beslissing heeft geleid, door middel van een actie (uit onrechtmatige daad) bij de civiele rechter ter discussie wordt gesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken