Rb. Den Haag 20 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:12904

Dublinverordening. Duitsland. Er is pas sprake van een ingediend asielverzoek in de zin van artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening vanaf het tijdstip waarop de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat een door de asielzoeker ingediend formulier of een door de autoriteiten opgesteld proces-verbaal hebben ontvangen. Daarvan is in dit geval geen sprake. Een Eurodactreffer met code 1 kan weliswaar dienen als bewijs dat een formele aanvraag is ingediend, maar tegenbewijs is mogelijk. In dit geval is tegenbewijs geleverd. Derhalve geen formele asielverzoeken ingediend. Duitsland ten onrechte verantwoordelijk gehouden voor de afdoening van de asielaanvragen, gelet op artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken