Rb. Den Haag 5 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1208
Advies van het UWV in het kader van een gvva-procedure is geen deskundigenadvies / diplomavereiste voor Indiase chef-kok en uitleg bijlage 2, onder F, van het Convenant Aziatische Horeca / voorwaarden afgifte EVC-certificaat. Er is geen grond is voor het oordeel dat, hoewel verweerder zich ervan dient te vergewissen dat het advies van het UWV, indien hij dat advies aan zijn besluit ten grondslag legt, naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is, eisers de inhoud van het advies van het UWV uitsluitend kunnen weerleggen door het inbrengen van een contra-expertise. Het advies van het UWV aan verweerder houdt immers een beoordeling in of is voldaan aan de voorwaarden voor toelating tot de arbeidsmarkt op grond van de Wav en is daarmee niet gebaseerd op een specifieke deskundigheid waarover verweerder of de bestuursrechter niet beschikt, maar op de uit de Vw en Wav voortvloeiende bevoegdheidsverdeling tussen verweerder en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Er is geen grond voor het oordeel dat voor Indiase koks die in de Indiase keuken willen werken, in het geheel geen diplomavereiste geldt. Verweerder heeft terecht erop gewezen dat, ook bij toetsing aan de voorwaarden van het Convenant, artikel 3 RuWav onverkort van toepassing is, op grond waarvan bij aanvragen die geschoold werk betreffen gewaarmerkte diploma’s en getuigschriften moeten worden overgelegd waaruit blijkt dat aan de kwalificatie-eisen wordt voldaan. Eisers brengen op zichzelf terecht naar voren dat uit de letterlijke tekst van bijlage 2, onder F, van het Convenant niet duidelijk blijkt welke kwalificatie-eisen van het land van herkomst gelden voor de functie van chef-kok voor andere Aziatische koks dan Chinese koks, nu het Convenant alleen spreekt over diploma-eisen in China en in Nederland. Verweerder en het UWV hebben naar het oordeel van de rechtbank echter terecht naar voren gebracht dat bijlage 2, onder F, van het Convenant zo moet worden uitgelegd dat ook andere Aziatische koks dan koks met een diploma in China of in Nederland moeten voldoen aan het diplomavereiste op een niveau vergelijkbaar aan het (Nederlandse) niveau MBO-4. Een diploma-eis in China van niveau 2 of niveau 3, zoals dat in bijlage 2, onder F, van het Convenant wel wordt benoemd, komt, zoals het UWV ter zitting heeft toegelicht, overeen met een MBO-4 niveau in Nederland, zodat het steeds gaat om dezelfde kwalificatie-eisen. De door verweerder en het UWV gegeven uitleg van bijlage 2, onder F, van het Convenant sluit bovendien aan bij het bepaalde in artikel 3 RuWav, waaruit volgt dat de waarde van een buitenlands diploma (door een deskundige instantie) moet worden vergeleken met een Nederlands diploma of graad van vakbekwaamheid. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt stelt dat het door eisers overgelegde Indiase ervaringscertificaat niet gelijkgesteld kan worden aan een EVC, zoals bedoeld in bijlage 2, onder F, van het Convenant. Zoals blijkt uit de door verweerder aangehaalde Beleidsregel afgifte EVC-verklaringen 2014, wordt een EVC-certificaat afgegeven door een erkende EVC-aanbieder na een in de Beleidsregel beschreven EVC-procedure volgens een landelijk erkend beoordelingskader, waarin de door de kandidaat aangeleverde bewijzen van verworven competenties worden beoordeeld.
De uitspraak op rechtspraak.nl