Rb. Den Haag 28 januari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1204

Verweerder heeft op 1 december 2015 aan eiseres een terugkeerbesluit uitgevaardigd omdat is gebleken dat zij onrechtmatig in Nederland verblijft dan wel niet is gebleken dat zij rechtmatig binnen Nederland verblijft. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte heeft vastgesteld dat haar verblijf onrechtmatig is geworden, nu het Schengenvisum op onrechtmatige wijze is ingetrokken, namelijk zonder gemotiveerd schriftelijk besluit. De Vreemdelingenpolitie heeft volstaan met het zetten van een kruis door het visum in het paspoort van eiseres met de vermelding ‘ingetrokken’. Dit is niet voldoende, nu in artikel 34, zesde lid, van de Visumcode is bepaald dat de beslissing tot intrekking van een visum en de gronden waarop deze is gebaseerd, aan de aanvrager kenbaar wordt gemaakt door middel van het standaardformulier van bijlage VI bij de Visumcode. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt, dat de intrekking voldoende kenbaar is gemaakt doordat aan eiseres op 8 december 2015 alsnog een schriftelijke kennisgeving als bedoeld in artikel 34 van de Visumcode is uitgevaardigd. Volgens verweerder betreft het uitvaardigen van deze kennisgeving slechts een formaliteit die achteraf heeft plaatsgevonden, nu eiseres in het proces-verbaal van overbrenging en ophouding heeft verklaard dat zij heeft begrepen dat haar visum werd ingetrokken. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Nu het besluit tot intrekking van het visum vóór de uitvaardiging van het terugkeerbesluit niet op voorgenomen wijze is genomen en kenbaar gemaakt, was het besluit tot intrekking van het visum, mede gelet op het bepaalde in artikel 3:40, Awb, niet in werking getreden. Gelet hierop had eiseres op 1 december 2015 nog rechtmatig verblijf, zodat verweerder op die datum ten onrechte het terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd. Het beroep is reeds hierom gegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding tot toepassing van artikel 6:22 Awb, nu niet is gebleken dat eiseres door de schending van artikel 34 van de Visumcode en artikel 3:40 Awb niet is benadeeld. Evenmin ziet de rechtbank reden om te bepalen dat de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit geheel in stand blijven, zoals verweerder heeft verzocht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen