Rb. Den Haag 1 augustus 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:11592

Afwijzing asielaanvraag van een 1(F)er en inreisverbod van tien jaar. Beroepsmilitair, werkzaam geweest bij het nationale leger van Venezuela en deelgenomen aan gewelddadige operaties. ‘Knowing participation’ en ‘personal participation’ zijn niet in geschil. Eisers gedragingen kunnen hem worden aangerekend. Verweerder heeft niet ten onrechte aangenomen dat eiser meerdere keren de mogelijkheid heeft gehad zich te onttrekken aan de gepleegde misdrijven. Voorts is voor de aanname van psychische dwang en overmacht de enkele verklaring van eiser dat het leger zijn thuis en familie was, onvoldoende. Als contra-indicatie voor de aanname van psychische dwang en overmacht komt daarbij dat eiser zich steeds heeft verzet tegen de uitvoering van de operaties. Met het in beroep ingebrachte bevel tot gevangenneming (“orde de captura”) heeft eiser zijn gestelde desertie en de te verwachten problemen bij terugkeer niet alsnog aannemelijk gemaakt. De rechtbank komt daarom niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de door hem ingebrachte stukken over (onder meer) het gevangeniswezen in Venezuela en hetgeen eiser daaromtrent heeft aangevoerd. Verweerder heeft het door eiser gestelde gezinsleven in zijn belangenafweging betrokken bij het voornemen tot het opleggen van het inreisverbod. Eiser is in de gelegenheid gesteld zijn reactie hierop in de zienswijze naar voren te brengen. Nu eiser in zijn zienswijze ook niet onderbouwd heeft gesteld dat een schriftelijke zienswijze niet volstond, en hij daarom mondeling wilde worden gehoord, behoefde verweerder hem niet tevens daartoe in de gelegenheid te stellen. Nu eiser ook in beroep zijn gestelde gezinsleven niet heeft onderbouwd, treft de beroepsgrond dat het inreisverbod in strijd is met artikel 8 EVRM geen doel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken