Rb. Den Haag 14 september 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:11215
Hoofdzaak: onderaannemer vordert van opdrachtgever betaling op grond van retentierecht op de onroerende zaak. De onroerende zaak is deels in eigendom bij opdrachtgever (Hoogheemraadschap) en deels in eigendom bij particuliere eigenaren. Vordering op deze grondslag afgewezen nu onderaannemer geen houder is van de zaak dan wel het retentierecht heeft prijsgegeven door de zaak te ontruimen. De grondslag van de bevoorrechte vordering wegens barbeiding van de zaak houdt evenmin stand. Een redelijke vergoeding op basis van een bepaling in de algemene voorwaarden komt niet voor toewijzing in aanmerking omdat deze bepaling geen derdenbeding omvat. Tussenkomst: schikking getroffen tussen tussenkomende curator en opdrachtgever, welke schikking in het vonnis is opgenomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl