Rb. Den Haag 3 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1106
Procedure tussen gemeente en woonwagenbewoners die al ruim 20 jaar wonen op een perceel grond van de gemeente. De gemeente vordert ontruiming van het perceel, omdat zij dit wegens herinrichting van het gebied waarin het perceel ligt nodig heeft voor de aanleg van parkeerplaatsen. De rechtbank is van oordeel dat er tussen de gemeente en de bewoners sprake was een bruikleenovereenkomst die de gemeente wegens genoemde reden en onder de door haar aangeboden voorwaarden in het minnelijke traject heeft mogen opzeggen. Aan de bewoners wordt een termijn gegeven om alsnog vrijwillig het perceel te verlaten. Indien de bewoners dit binnen die termijn doen, dient de gemeente alsnog de in het minnelijke traject aangeboden vergoeding te betalen. Doen de bewoners dit niet, dan is de gemeente gemachtigd om het perceel te doen ontruimen. Door aldus te handelen is er geen sprake van een onaanvaardbare doorkruising van artikel 61 van de Woonwagenwet.
De uitspraak op rechtspraak.nl