Rb. Den Haag 9 maart 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:10078
Wg heeft met toestemming van het UWV de arbeidsovereenkomst met wn (docent) opgezegd op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid. Wn verzoekt toekenning van een transitievergoeding omdat hij meer dan 24 maanden in dienst is geweest en er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de wn. Wg voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen gelet op de bijzonder positie van wn’s in het bijzonder onderwijs: wn kan aanspraak maken op een bovenwettelijke uitkering, in casu arbeidsongeschiktheidspensioen en IPAP-voorziening. De kantonrechter oordeelt dat het recht van de wn op een aanvulling op zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering geen vergoeding of voorziening is als bedoeld in artikel XXII lid 7 Wwz omdat de door de wn te ontvangen (aanvulling op de) arbeidsongeschiktheidsuitkering voorkomt uit een door hem zelf afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering en betaalde premies. Omdat er geen sprake is van een andere bovenwettelijke uitkering zoals de WOPO is de conclusie dat de transitievergoeding verschuldigd is.
De uitspraak op rechtspraak.nl