Rb. Den Haag 22 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9057

Verweerder heeft, met gebruikmaking van zijn discretionaire bevoegdheid, ambtshalve aan verzoeker een zogenoemde verblijfsvergunning “buiten schuld” verleend. Verweerder stelt de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning buiten behandeling omdat verzoeker de verschuldigde leges niet heeft betaald. Ter zitting blijkt dat het aan de voorzieningenrechter ter beschikking gestelde procesdossier niet volledig is. De voorzieningenrechter bepaalt in een mondelinge tussenuitspraak dat verzoeker thans niet mag worden uitgezet. Verweerder wordt opgedragen om de ontbrekende stukken in te zenden. Voorts dient verweerder bij aanvullend verweerschrift in te gaan op ter zitting gerezen vragen. De voorzieningenrechter geeft partijen als aanbeveling mee, te bezien of zij er samen uit kunnen komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen