Rb. Den Haag 21 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8698

Teruggaaf van agio vormt belaste opbrengst voor de dividendbelasting. In 2007 heeft de directeur en enig aandeelhouder (de dga) een agiostorting verricht in eiseres van € 2.250.000. Op 24 mei 2012 is voor een bedrag van € 2.250.000 de agioreserve van eiseres gedebiteerd en de dga voor hetzelfde bedrag gecrediteerd in rekening-courant. Op 7 december 2012 zijn aktes verleden betreffende de omzetting van het agio in nominaal aandelenkapitaal en een daarmee corresponderende vermindering van de nominale waarde per aandeel. Het door de algemene vergadering van aandeelhouders van eiseres genomen besluit tot de terugbetaling van kapitaal ter grootte van het agio is op diezelfde datum ondertekend. De rechtbank oordeelt dat met de creditering op 24 mei 2012 een teruggaaf van agio heeft plaatsgevonden aan de dga. Daarmee is voldaan aan het belastbare feit voor de dividendbelasting, nu tevens vaststaat dat tevoren nog niet was voldaan aan de vereisten voor een belastingvrije teruggaaf (zie ook HR 12 september 2008, nr. 43366, ECLI:NL:HR:2008:BA6417). Aan die vereisten werd immers pas voldaan op 7 december 2012. Eiseres was dan ook gehouden ter zake van de teruggaaf dividendbelasting in te houden en deze op aangifte af te dragen. Verweerder heeft daarom terecht een naheffingsaanslag dividendbelasting aan eiseres opgelegd. Wel wordt, omdat eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet het verwijt kan worden gemaakt dat zij grofschuldig heeft gehandeld, de daarbij opgelegde vergrijpboete vernietigd. Het beroep is slechts in zoverre gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken