Rb. Den Haag 22 mei 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:6901
Aan eiseres is een naheffingsaanslag accijns opgelegd. In geschil is of deze terecht is opgelegd. Niet in geschil is dat in het EMCS-systeem voor de door eiseres verzonden zendingen geen berichten van ontvangst zijn geplaatst op grond waarvan de overbrenging van de goederen als geëindigd kan worden beschouwd in de zin van artikel 2b, tweede lid, van de Wet op de accijns. Eiseres heeft, hoewel daartoe diverse keren door verweerder in de gelegenheid te zijn gesteld, geen informatie verstrekt waaruit blijkt dat het belastingentrepot de goederen daadwerkelijk in ontvangst heeft genomen dan wel dat er tijdens de overbrenging een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden. Het bewijsaanbod dat eiseres ter zitting heeft gedaan heeft de rechtbank niet geaccepteerd aangezien dit zo laat in de procedure is gedaan dat acceptatie daarvan indruist tegen een goede procesorde. De rechtbank concludeert dat ten aanzien van de goederen sprake is van het onregelmatig aan de accijnsschorsingsregeling onttrekken van accijnsgoederen en verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl