Rb. Den Haag 19 januari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:594

Dhr. X stond in de periode van 1 januari 2013 tot en met 30 november 2013 op hetzelfde adres als eiseres ingeschreven in de Gba en is door verweerder voor deze periode als toeslagpartner van eiseres aangemerkt. Volgens eiseres dient dhr. X niet te worden aangemerkt als haar toeslagpartner, omdat hij nooit feitelijk in genoemde periode op haar adres heeft verbleven. Eiseres heeft onder andere een brief van een advocatenkantoor overgelegd waarin wordt bevestigd dat tegen dhr. X een gerechtelijke procedure wordt gevoerd wegens woonfraude. Met hetgeen zij heeft overgelegd is eiseres er naar het oordeel van de rechtbank in geslaagd een begin van bewijs te leveren van haar stelling dat er sprake is van een onjuiste inschrijving in de Gba en dhr. X daarom niet dient te worden aangemerkt als haar toeslagpartner. Verweerder had zich niet zonder meer op het standpunt mogen stellen dat dhr. X dient te worden aangemerkt als toeslagpartner van eiseres. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen