Rb. Den Haag 20 januari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:499

De kortgedingrechter heeft de eis van eiser tegen de Staat om met hem te overleggen voordat op zijn gratieverzoek wordt beslist, afgewezen. Eiser is tot levenslang veroordeeld voor een schietpartij in 1983 waarbij zes doden vielen. Sinds 2001 wordt hij behandeld in de Van der Hoevenkliniek, waar hij op verzoek van de Staat is geplaatst om hem geschikt te maken voor zijn terugkeer in de samenleving. Omdat zijn behandeling positief is verlopen, heeft eiser een gratieverzoek ingediend. Inmiddels heeft de rechter die eiser destijds heeft veroordeeld – zoals wettelijk is voorgeschreven bij een gratieverzoek - over het gratieverzoek geadviseerd. Dit advies onderstreept de positieve ontwikkelingen bij eiser en adviseert op de ingeslagen weg voort te gaan. Het moment om gratie te verlenen is echter nog niet bereikt. Aldus de strekking van het advies. Nu het gratieadvies er al ligt, ziet de rechter niet het belang van eiser om nu nog naar aanleiding van dit advies met de Staat te overleggen voordat op het gratieverzoek wordt beslist. Dat betekent niet dat de rechter overleg tussen partijen niet belangrijk vindt. Op de zitting is door de kliniek nadrukkelijk gezegd dat voor de invulling van de verdere behandeling duidelijkheid vereist is over de wijze waarop de Staat met gratieverlening omgaat. Is de Staat bereid om de rechtspraak van het Europese Hof te volgen? Juist op dat punt is er onduidelijkheid. Onduidelijk is zelfs of gratieverlening wel is te verwachten. Bovendien ligt overleg tussen partijen en de kliniek in de lijn van de afspraken die in 2001 zijn gemaakt. De bedoeling is steeds geweest om de resocialisatie van eiser gezamenlijk vorm te geven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen