Rb. Den Haag 27 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:4642
De rechtbank is, enigszins terughoudend toetsend, van oordeel dat niet kan worden volgehouden dat verweerder zich met het bestreden besluit niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het inreisverbod en de intrekking van de verblijfsvergunning niet in strijd zijn met artikel 8 van het EVRM. Gelet op onder meer op de specifieke medische omstandigheden van eiseres, de bijzondere band met haar moeder, de in de vijftien jaar dat eiseres in Nederland is opgebouwde banden met Nederland, het feit dat zij altijd bij verweerder in beeld is geweest en de situatie in Donetsk (Oekraïne), heeft verweerder de strafrechtelijke veroordeling van eiseres niet van doorslaggevend belang kunnen achten om het algemeen belang te laten prevaleren.
De uitspraak op rechtspraak.nl