Rb. Den Haag 26 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:4131

Kort geding over de wijziging van de Opiumwet, betreffende de strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding en vergemakkelijking van illegale hennepteelt. De eisende partij – een onderneming die zich bezig houdt met de productie en verkoop van meststoffen – vordert onder meer om de wetswijziging buiten werking te stellen, omdat hiermee diverse verdragsbepalingen worden geschonden. Zij voert aan dat haar bedrijfsactiviteiten volstrekt legaal zijn, maar dat zij desondanks door de wetswijziging het risico van strafrechtelijke vervolging loopt, omdat zij weet dat haar producten uiteindelijk wel bij henneptelers terecht komen en populair zijn onder hen. Het gevorderde wordt afgewezen. De bezwaren van eiseres richten zich met name tegen de bewoordingen ‘ernstige reden heeft om te vermoeden’, waarbij er volgens haar sprake is van een onduidelijke onderzoeksplicht. Deze bezwaren worden door de voorzieningenrechter echter niet gevolgd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen