Rb. Den Haag 10 maart 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:3059
Vennootschapsbelasting, verrekening van verliezen, verliesverdamping, procesbelang. Geen (proces)belang bij rechtsmiddelen tegen nihilaanslag en de daarbij gegeven verliesverrekeningsbeschikking. Belanghebbende, een bv, heeft per ultimo 2010 een bedrag van ruim € 3.000.000 aan nog te verrekenen verliezen uit oude jaren. Bijna al deze verliezen verdampen in 2011. Bij het bepalen van de winst over het jaar 2011 heeft belanghebbende daarom één van haar bedrijfsmiddelen eenmalig opgewaardeerd, waardoor de belastbare winst ruim € 2.000.000 bedraagt. De inspecteur heeft de fiscale opwaardering niet geaccepteerd en de winst vastgesteld op ongeveer € 500.000, en voor dat bedrag verliesverrekening toegepast. Belanghebbende bepleit in beroep een verhoging van de belastbare winst over het jaar 2011, zodat een hoger bedrag aan oude verliezen kan worden verrekend. Rechtbank Den Haag is van oordeel dat belanghebbende bij haar beroep geen (proces)belang heeft. De door belanghebbende ingestelde bezwaar- en beroepsprocedure kunnen haar niet in een betere positie brengen met betrekking tot de aanslag en de verliesverrekeningsbeschikking. Immers, de aan belanghebbende opgelegde nihilaanslag kan in bezwaar of beroep niet worden verlaagd, en ook voor zover de ingestelde rechtsmiddelen zijn gericht tegen de verliesverrekeningsbeschikking, in die zin dat volgens belanghebbende een hoger bedrag aan verliezen uit voorgaande jaren zou moeten worden verrekend, heeft zij daarbij geen belang; het belastbare bedrag zou daarmee niet wijzigen maar nihil blijven luiden. Het bepaalde in art. 21a, lid 3, van de Wet Vpb, maakt dit niet anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl