Rb. Den Haag 5 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:2396

Gebod tot dooronderhandelen over de verkoop van percelen. Het stond gedaagde niet vrij om de onderhandelingen af te breken. Daartoe is redengevend dat partijen overeenstemming hadden bereikt over de essentialia van de koopovereenkomst. Tussen partijen waren specifieke afspraken gemaakt over de aanpak van nog resterende marginale discussiepunten. Het is onaanvaardbaar dat gedaagde een door haarzelf gevraagd voorstel voor de oplossing van een discussiepunt niet heeft afgewacht, maar de vertraging die door haar verzoek is veroorzaakt heeft aangegrepen om de onderhandelingen af te breken. Daarbij komt dat de onderhandelingen tussen partijen een exclusief karakter hadden.

De uitspraak op rechtspraak.nl