Rb. Den Haag 27 januari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1704

Eiseres en haar enige aandeelhouder BV A behoorden tot 30 september 2009 tot een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Op 25 november 2008 gaf BV A aan een niet met haar gelieerde leverancier opdracht tot het leveren en installeren van een warmtekrachtkoppelingsinstallatie (WKK). Dit is een bedrijfsmiddel waarvoor energie-investeringsaftrek wordt verleend. De WKK werd in Oostenrijk gefabriceerd, in juni 2009 afgeleverd op de plaats van bestemming en in september 2009 afgebouwd en opgeleverd. Op 30 september 2009 is eiseres ontvoegd uit de fiscale eenheid en onmiddellijk daarna heeft A BV de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst tot levering van de WKK overgedragen aan eiseres. Voor het jaar 2009 heeft eiseres ter zake van de WKK een energie-investeringsaftrek geclaimd van € 468.776. Verweerder heeft de aftrek echter geweigerd. In geschil is of dit terecht is. De rechtbank oordeelt dat eiseres en A BV verbonden lichamen zijn, zodat slechts recht op aftrek bestaat als is voldaan aan onderdeel 5.4.2.2.2 van het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 15 september 2009, nr. CPP2009/1116M. De rechtbank overweegt dat een bedrijfsmiddel in bestelling of in aanbouw van meet af aan een bedrijfsmiddel is en niet pas bij ingebruikneming een bedrijfsmiddel wordt. De WKK was dus al vóór de verkoop aan eiseres een bedrijfsmiddel van A BV en is met het enkele besluit tot verkoop aan eiseres ook niet gaan behoren tot een voorraad handelsgoederen. Daarmee is aan de voorwaarden van eerder genoemd besluit niet voldaan. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen