Rb. Den Haag 17 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:15794

Verweerder heeft het Rijbewijs B met code 103 ‘rijden met een alcoholslot’ van eiser ongeldig verklaard wegens het niet verlenen van de vereiste medewerking aan het alcoholslotprogramma. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte geen belangenafweging heeft verricht en dat artikel 132, tweede lid, van de Wvw onverbindend is wegens strijd met het uit artikel 6 van het EVRM voortvloeiende evenredigheidsbeginsel. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn betoog dat de ongeldigverklaring van het rijbewijs rechtstreeks voortvloeit uit het besluit waarbij het asp aan eiser is opgelegd, aangezien aan het onderhavige besluit tot ongeldigverklaring nieuwe feiten ten grondslag liggen en nieuwe rechtsgevolgen zijn verbonden. De enkele mogelijkheid om een rijbewijs ongeldig te verklaren, neergelegd in artikel 132, tweede lid, van de Wvw, is op zichzelf niet voldoende om te spreken van een “criminal charge”, zodat het beroep op artikel 6 van het EVRM faalt. De rechtbank acht in dit kader mede de duur van de maatregel van belang. De duur van de ongeldigheid van het rijbewijs is neergelegd in artikel 97, vijfde lid, van het Reglement Rijbewijzen. Ingevolge dat artikel wordt gedurende een periode van ten hoogste vijf jaren na de ongeldigverklaring geen verklaring van geschiktheid geregistreerd. Gelet op de bewoordingen ‘ten hoogste’ kan het rijbewijs ook voor een kortere periode ongeldig worden verklaard, met inachtneming van de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. Verweerder dient een belangenafweging te maken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken