Rb. Den Haag 29 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:15664
Terugkeerbesluit, inreisverbod en vrijheidsontnemende maatregel, Terugkeerrichtlijn van toepassing, onvoldoende voortvarend handelen Terugkeerbesluit en inreisverbod Naar aanleiding van het inreisverbod is ter zitting de vraag gerezen of de toegangsweigering op grond van artikel 13, gelezen in samenhang met artikel 5, SGC aanleiding geeft om te concluderen dat de Terugkeerrichtlijn in dit geval niet van toepassing is, gelet op het Tijdelijk besluit uitzonderingen terugkeerrichtlijn. In dat besluit is in artikel 1, onder a. bepaald dat de verplichtingen die voor Nederland voortvloeien uit de Terugkeerrichtlijn niet gelden ten aanzien van vreemdelingen aan wie de toegang is geweigerd overeenkomstig artikel 13 SGC. Verweerder heeft zich in de nader toegezonden informatie op het standpunt gesteld dat eiser na het uiten van zijn asielwens aan de grens rechtmatig verblijf heeft verkregen als bedoeld in artikel 8, onder f, Vw. Bij besluit van 16 november 2015 is dit rechtmatig verblijf beëindigd en aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van 2 jaren opgelegd. De uitgestelde toegangsweigering is tevens alsnog definitief geworden en gebaseerd op artikel 13 SGC. (…). De handelwijze van verweerder in de onderhavige zaak is in overeenstemming met artikel 2 van de Terugkeerrichtlijn. In dit artikel is bepaald welke groepen van onderdanen van derde landen kunnen worden uitgezonderd van de Terugkeerrichtlijn. Verweerder wijst erop dat hieronder blijkens artikel 2, tweede lid, onder a, van de Terugkeerrichtlijn, diegenen vallen aan wie de toegang is geweigerd overeenkomstig artikel 13 SGC of die zijn aangehouden of onderschept wegens het niet op reguliere wijze overschrijden over land, over zee of door de lucht van de buitengrens van een lidstaat. Het betreft echter enkel onderdanen van derde landen die vervolgens na toegangsweigering overeenkomstig artikel 13 van de Schengengrenscode, geen vergunning of recht hebben verkregen om in die lidstaat te verblijven. Verweerder benadrukt dat nu eiser in de onderhavige zaak is aangehouden, dan wel onderschept wegens het niet op reguliere wijze overschrijden van de buitengrens, maar hij vervolgens wel rechtmatig verblijf hier te lande heeft verkregen op grond van zijn asielwens, eiser niet valt onder de groep genoemd in artikel 2, tweede lid, onder a, van de Terugkeerrichtlijn en derhalve niet is uitgezonderd van de Terugkeerrichtlijn. Daarnaast heeft verweerder aangegeven dat het Tijdelijk besluit uitzonderingen terugkeerrichtlijn nog uitgaat van de situatie zoals deze was vóór de implementatie van de nieuwe Procedurerichtlijn, waarbij een asielzoeker de toegang werd geweigerd op grond van artikel 3, eerste en derde lid, Vw. Gelet op de huidige situatie dient de zinsnede “en die vervolgens geen rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 van die wet hebben verkregen”, thans achter artikel 1, onder a, van het Tijdelijk besluit uitzonderingen terugkeerrichtlijn te worden gelezen en niet meer achter artikel 1, onder b, van dat besluit. Laatstgenoemd artikel is derhalve overbodig geworden.
De uitspraak op rechtspraak.nl