Rb. Den Haag 12 februari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1563

“Zicht op uitzetting naar China binnen een redelijke termijn ontbreekt met ingang van 11-02-2015. De rechtbank stelt vast dat de Chinese autoriteiten in 2013 en 2014 nauwelijks laissez-passers hebben afgegeven en dat bijna een jaar geleden voor het laatst een laissez-passer is afgegeven aan een Chinese vreemdeling. Verweerder heeft in dit verband desgevraagd ter zitting verklaard dat de Chinese autoriteiten al langere tijd niet reageren op door verweerder toegezonden laissez-passeraanvragen en dat er evenmin presentaties in persoon plaatsvinden. Hoewel uit de informatie van verweerder volgt dat de nodige inspanningen worden verricht op diplomatiek niveau, blijkt niet van concrete aanknopingspunten die de verwachting rechtvaardigen dat op korte termijn zal kunnen worden overgegaan tot uitzetting van Chinese vreemdelingen naar China, ook als de vreemdeling de vereiste medewerking verleent. Verweerder heeft ter zitting van 11 februari 2015 noch over de inhoud van het contact van DT&V met de Chinese autoriteiten, noch over de inhoud van de Note Verbale, noch over de termijn waarbinnen de Chinese autoriteiten naar verwachting alsnog hun medewerking zullen verlenen aan gedwongen terugkeer helderheid kunnen verschaffen. Onder deze omstandigheden kan verweerder niet langer tegenwerpen dat de vreemdeling niet voldoende actief en volledig meewerkt en moet worden vastgesteld dat thans het zicht op uitzetting is komen te ontbreken.”

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken