Rb. Den Haag 21 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:15601
Vrijstelling van het middelenvereiste en de verplichting tot arbeidsinschakeling bij gezinsmigratie Uit het beleid met betrekking tot vrijstelling van het middelenvereiste bij gezinsmigratie zoals neergelegd in paragraaf B7/2.1.1 en B7/5 van de Vreemdelingcirculaire (Vc) 2000 volgt dat ook op een andere wijze, dan alleen op grond van volledige ontheffing van arbeidsverplichting van vijf jaren of meer, kan worden aangetoond dat iemand niet blijvend in staat is om aan zijn verplichting conform artikel 9 van de Pw te voldoen. Gelet op de individuele omstandigheden en de ruimte in het beleid is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid zonder nadere motivering op het standpunt heeft kunnen stellen dat reeds vanwege het feit dat referent niet ten minste vijf jaar is vrijgesteld geweest van alle verplichtingen van artikel 9 van de Pw hij niet kan worden vrijgesteld van het middelenvereiste.
De uitspraak op rechtspraak.nl