Rb. Den Haag 17 november 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:13628

Naheffingsaanslag Accijns. Ingevolge het bepaalde in artikel 80 van de Wet op de accijns en artikel 34 van het Uitvoeringsbesluit accijns dient voor alle situaties waarin een accijnsgoed wordt aangetroffen de herkomst ervan te worden aangetoond. Bij controle is in de slobtank van de tankduwbak van eiseres 1.773 liter gasolie aangetroffen. De rechtbank volgt eiseres niet in haar opvatting dat artikel 80 van de Wet toepassing mist en oordeelt voorts dat eiseres de herkomst van de gasolie niet heeft aangetoond. De overgelegde losverklaring kan niet als bewijs worden aangemerkt en ook aan de voorwaarden van Mededeling 61, het door verweerder ter zake gevoerde begunstigende beleid, is in dit geval niet voldaan. Voorts geen overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM. Onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2015:2163 is de rechtbank van oordeel dat evenals voor de normale navorderingstermijn het voortvarendheidsvereiste niet geldt voor de normale naheffingstermijn. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken