Rb. Den Haag 8 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:13237

Geldige cessie ? onder meer: goederenrechtelijke werking van in overeenkomst opgenomen cessieverbod of alleen verbintenisrechtelijke werking ? cessieovereenkomst in strijd met de goede zeden ? Cessie van vordering van failliete onderaannemer op hoofdaannemer door curator aan voormalig bestuurder failliet. De gecedeerde vordering vloeit voort uit een overeenkomst tussen hoofdaannemer en onderaannemer met een cessieverbod. Toepassing van uitlegregel van HR 21 maart 2014, NJ 2015/167 – die niet is beperkt tot in algemene voorwaarden neergelegde cessieverboden - leidt tot conclusie dat tussen hoofdaannemer en onderaannemer overeengekomen cessieverbod geen goederenrechtelijke werking heeft. Hoofdaannemer betoogt dat Haviltex maatstaf dient te worden toegepast bij de uitleg van het onderhavige cessieverbod omdat de voormalig bestuurder van failliet die betrokken was bij de totstandkoming van de overeenkomst met de hoofdaannemer geen willekeurige derde is. Dit wordt onbesproken gelaten, omdat toepassing van deze uitlegregel niet tot een andere uitkomst leidt. Cessieovereenkomst tussen curator en voormalig bestuurder failliet niet in strijd met de goede zeden: niet blijkt van de strekking tot benadeling van de hoofdaannemer en het gegeven dat deze nu wordt geconfronteerd met de bestuurder van failliet als schuldeiser is geen grond om de cessieovereenkomst in strijd met de goede zeden te achten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen