Rb. Den Haag 9 november 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:12746
Artikel 5 lid 3 WHO-Kaderverdrag heeft geen rechtstreekse werking. De stichting Rookpreventie Jeugd kan deze bepaling dus niet inroepen om de Staat de verplichten meer maatregelen te nemen om de invloed van de tabaksindustrie tegen te gaan. Artikel 5 lid 3 kan ook niet als een substantiering worden gezien van het in mensenrechtenverdragen verankerde recht op leven en gezondheid. Evenmin kan het via de zorgvuldigheidsnorm van artikel 6:162 BW worden ingeroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl