Rb. Den Haag 19 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:11216

Eiser woont in Nederland en werkt als ‘chief engineer’ aan boord van een ‘deepwater semisubmersible drilling unit’ (hierna: het platform). In verschillende periodes zijn exploratiewerkzaamheden verricht in de Filipijnse en de Indonesische wateren. Eiser heeft in zijn aangifte aftrek ter voorkoming van dubbele belasting geclaimd ter zake van het loon ontvangen in verband met zijn werkzaamheden in de Filipijnen en in Indonesië. In geschil is of eiser recht heeft op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting in verband met het loon voor zijn werkzaamheden in de Filipijnen en in Indonesië. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de werkgever van eiser in de Filipijnen een vaste inrichting had. Namelijk een plaats van exploratie of winning. Gelet hierop is de werkstaat, de Filipijnen, heffingsbevoegd. Eiser oefende zijn dienstbetrekking in Indonesië buitengaats uit op het platform. De werkgever van eiser verrichtte in een tijdvak van 12 maanden meer dan 30 dagen werkzaamheden buitengaats met het platform. Volgens de rechtbank vormde het platform derhalve een vaste inrichting in Indonesië als bedoeld in artikel 25, zesde lid, van het Verdrag. Nu over het loon in Indonesië belasting is betaald, is Indonesië heffingsbevoegd. Eiser heeft recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting in verband met het loon voor zijn werkzaamheden in de Filipijnen en in Indonesië. Ook dient verweerder een stallingsbeschikking af te geven. Het beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken