Rb. Den Haag 24 juni 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:9109
Betreft verleende omgevingsvergunning ten behoeve van de vervanging van de Hoornbrug te Rijswijk. Het bouwplan is in strijd met het recentelijk in werking getreden bestemmingsplan “Hoornwijck-Broekpolder”. Verweerder heeft de afwijkingsprocedure gevolgd als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo. Het bestreden besluit is naar het oordeel van de rechtbank, mede in het licht van de geringe planologische afwijking, van een goede ruimtelijke onderbouwing voorzien. Verweerder heeft bij zijn besluitvorming eveneens voldoende inzicht gehad in door een van de eisende partijen behartigde belangen van de toekomstige gebruikers van de brug. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende oog gehad voor de verkeersveiligheid en begaanbaarheid van het fietstracé. Niet kan worden gezegd dat verweerder bij haar besluitvorming onvoldoende inzicht heeft gehad in de belangen van de deelnemers aan het langzaam verkeer. Evenmin kan worden gezegd dat deze belangen dusdanig ernstig zijn geschaad dat verweerder bij afweging van alle belangen van -onder meer- de diverse betrokken doelgroepen en gebruikers van de brug niet in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl